Maar deze jongen huilt

Dinsdag 21 Augustus 2018 om 14:45

De avond was rustig verlopen. In kleine plukjes waren de mannen binnengekomen, jong en oud, uit alle windstreken, elk met een eigen verhaal maar met één overeenkomst: ongedocumenteerd. Een verschrikkelijke term, zo eentje die door Franz Kafka bedacht had kunnen zijn. Zo'n term waarmee een heel mens wordt gereduceerd tot het papiertje dat ie niet heeft.

Ze komen naar deze toevlucht om te slapen. Een bed, een warme douche, morgenochtend een ontbijtje en dan weer de straat op. Maar tussen nu en morgenochtend hebben ze een dak boven hun hoofd en wat gezelligheid van elkaar en de nachtwachten zoals ik. Een potje tafelvoetbal, een legpuzzel. En stopcontacten om hun telefoons op te laden, en Wifi om te appen met het thuisfront.

Het loopt al tegen middernacht als ik naar buiten loop, de tuin in, en iets naast me hoor. Daar, weggekropen in de schaduw, zit iemand zacht te snikken. Verrast, omdat ik dacht dat alle mannen al binnen waren, stap ik op 'm af.

Een paar waterige ogen kijkt me aan. Een jonge knul, ik schat hem nog geen twintig - ongeveer de leeftijd van onze jongste zoon, die nu thuis waarschijnlijk achter z'n laptop zit te gamen of te programmeren. Onze zoon, die dit weekend samen met ons ons dertigjarige huwelijk vierde, in een gezellig huis gevuld met familie. Onze zoon, met net zo'n vlassig baardje als deze jongen. Maar deze jongen huilt.

Ik ga even naast 'm zitten, begroet hem en stel mezelf voor. Hij proeft de harde G van mijn naam en probeert hem uit te spreken. Als dat bij de tweede poging al lukt en ik m'n duim opsteek breekt er een lach door. Hij heet A. zegt hij, en als ik ook zijn naam goed weet uit te spreken is er verbinding.

A. hoort niet bij onze groep, dus kan dat in deze besloten tuin alleen betekenen dat hij bij onze buren hoort, een laagdrempelige opvang waar ze je helpen weer een nieuwe start te maken als je bent vastgelopen. Zoekend naar woorden, hink-stap-sprongend tussen Nederlands, Engels, een snufje Arabisch en wat gebarentaal komt de oorzaak van zijn tranen naar boven.

Morgen is het Suikerfeest, zegt A., en zijn moeder maakt dan de heerlijkste gerechten. Maar zijn moeder is hier niet. Hij is gevlucht en zit veilig in Nederland, en zijn moeder zit nog in de hel waar hij uit ontsnapt is. En het gaat niet goed met hem. Hij heeft problemen. Ik knik. Een deel van die problemen is me ook wel duidelijk: als het feit dat het morgen geen Suikerfeest maar Offerfeest is het niet weggegeven had, dan de kegel wel.

Hij is niet de enige. Sterke tieners die duizenden kilometers reizen, controles weten te omzeilen, over landsgrenzen en hun eigen grenzen gaan, om daarna hopeloos klem te lopen in de immigratiehel die we als Europa creëren in de hoop dat vluchtelingen ergens anders naartoe vluchten. Dromen die de Middellandse Zee trotseerden, om alsnog te verdrinken in een oceaan van elkaar uitsluitende regels, gemaakt om onze rijkdom zoveel mogelijk buiten bereik te houden van minder gefortuneerden.

Jonge mensen, fysiek in de kracht van hun leven - maar tegelijkertijd kwetsbare tieners. Op zoek naar veiligheid, maar dat is een weg die stukloopt op de boosaardige onwil van populistische politici die liever meehuilen met de grijze wolven in het bos dan recht te doen aan mensen die niet tot hun stemvee behoren. En op de angst van gematigder politici die vrezen hun achterban te verliezen aan die populisten. Ongevraagd en onverdiend word je de bliksemafleider waarlangs de maatschappij al z'n ongenoegens de grond in jaagt. Gevoelens van falen, van tekortschieten, van schuld. Depressies. Niet gewend aan alcohol, dus ook daarin extra kwetsbaar, wat alles alleen maar erger maakt.

En zo vind je jezelf dan opeens, in het holst van de nacht, ver weg van je moeder in een binnentuin in een vreemd land. Pratend met een wildvreemde man. Aangeschoten. Huilend.

Ondertussen is O. uit onze groep naar buiten gekomen. Een zachtmoedige man met dreadlocks, een gulle lach en vriendelijke ogen. A. noemt hem 'broer', en mij in één adem 'oude broer'. Er klinkt een wanhopige roep om verbinding in door. We praten met elkaar tot de rust weer wat terugkeert en samen brengen O. en ik A. langzaam maar zeker naar de buren, waar een bed op hem wacht. Maar hij vreest dat zijn conditie hem een berisping op gaat leveren en wil niet verder. Pas als ik een begeleider heb opgehaald die hem ervan weet te overtuigen dat hij geen straf krijgt, maar lekker mag gaan slapen, gaat hij mee.

Als ik de volgende morgen naar buiten loop, op weg naar m'n werk, zit A. op een balkon in de ochtendzon op te warmen. We groeten elkaar. Zijn tranen zijn opgedroogd, voor nu.

Naar de voorpagina | E-mail Gert Jan

Reisgenoten

gravatar for ageeth

Indrukwekkend, en de harde werkelijkheid.
Mooi geschreven.

ageeth · 28-08-’18 09:06 · Reageer op ageeth



Verder lezen?

Klik op een van onderstaande 'tags' (indien aanwezig) om snel andere artikelen over dat onderwerp op KolesQueeste te vinden.


Gebruik de interne zoekmachine om KolesQueeste te doorzoeken:


Gebruik Google om KolesQueeste of de rest van het Internet te doorzoeken:

Reageer

Word even een reisgenoot en geef uw reactie:

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Geautomatiseerde spam is een plaag, beantwoord daarom deze simpele vraag.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

P.S. Wil je een eigen plaatje naast je reactie? Registreer je emailadres dan op Gravatar.com!