Lees alle essays

Dag 2: Passau -  Нови Сад (Novi Sad)

Deze dag zat vol contrasten. 's Morgens vroeg ontbijt in de jeugdherberg, en met frisse moed op weg om de volgende 850 kilometer achter ons te laten. Onze route strategisch om de files heen kiezend zakken we langzaam maar zeker af naar het Zuiden.

Met het klimmen van de hoogtemeter daalt de temperatuur, en zo staan we opeens in de sneeuw. We zijn er op voorbereid: warme kleding in de koffers en winterbanden, sneeuwkettingen en een sneeuwschep zijn verplicht in sommige landen die we doorkruisen dus alles is aan boord. Maar wat als je in een bootje de oversteek hebt gewaagd met je kinderen in de hoop menswaardig te worden ontvangen, en de realiteit is dat je daarna een paar jaar mag gaan winterkamperen onder een geïmproviseerd dak van afdekzeil, met niets meer dan wat je aan had op je vlucht?

De files waar we niet omheen kunnen zijn die van de grenscontroles. Als we vanuit Slovenië richting Kroatië rijden worden we 10 kilometer van te voren door de navigatie van de weg af gestuurd, een parallelweg op. Eén bochtje verderop zien we de oorzaak: een file. Blij met de suggestie van de nav en trots dat we zo slim waren dat advies op te volgen rijden we vrolijk verder, over haarspeldbochtjes door prachtige bossen, en de auto pakt hellingen waar een 4x4 trots op zou zijn. Onderaan zo'n afdaling staat er opeens een slagboom. Het blijkt de grens, en we moeten terug. 

Tien kilometer terug, want zo lang blijkt de file voor de controle. We verlaten de Schengen-zone en dat betekent dat zowel Slovenië als Kroatië onze paspoorten willen zien. Nou ja, zien... Als we na anderhalf uur het loket van de Sloveense beambte hebben bereikt pakt ze de twee paspoorten voor de vorm aan en geeft ze direct weer terug na een blik op het bovenste exemplaar. Een half uur en een kilometer niemandsland omheind met hekken en prikkeldraad verderop, bij de Kroatische grenspost, overkomt ons hetzelfde. Lekker soepel, dat gaat goed! 

Bij het hokje naast ons staat een lange rij mensen op hun beurt te wachten. Eén voor één worden ze naar voren geroepen om hun paspoort te tonen. Alleen de laatste twee in de rij, beide roomblank als wij, krijgen dezelfde behandeling als wij: zij krijgt haar paspoort direct weer terug en mag doorlopen, hij krijgt vanaf een paar meter afstand een handgebaar. Prima, en door. Opeens voelt die soepele afhandeling vies, als een white privilege. 

Dat etnisch profileren niet werkt (veel te veel 'false positives', en verlaging van de pakkans voor iedereen die niet aan het risicoprofiel voldoet) blijkt later die nacht. Een van onze reisgenoten moet afhaken omdat haar paspoort niet in orde blijkt: vergeten tijdig te verlengen. De Sloveense en Kroatische grenscontrole hadden dat niet opgemerkt, maar de computersystemen van de Servische grenswachters die haar paspoort scannen registreren dat wel. En de ambassades zijn dicht vanwege Kerst, dus een noodpaspoort kan niet geregeld worden. Ze mogen niet verder mee. Enorm vervelend, buitengesloten worden vanwege een dom administratief foutje... 

We rijden verder. De volle maan beschijnt de besneeuwde, uitgestrekte vlaktes van Kroatië en geeft het landschap een raar soort troosteloze schoonheid. Ik bel mijn jarige dochter om haar te feliciteren. Toen zij geboren werd woedde hier een bloedige oorlog. Langs de weg vinden we de stille getuigen: begraafplaatsen vol jonge mensen, en af en toe een kapotgeschoten huis. Vukovar werd destijds niet voor niets Vukowar genoemd. 

En nu? Als we Vukovar binnenrijden twinkelen er overal kerstlichtjes. De stad maakt zich op voor kerstfeest en doet dat uitbundig. De vluchtelingen die destijds rust en veiligheid zochten door heel Europa keerden terug. Samen bouwen ze aan een nieuwe stad. 

Het maakt dat we met hoop in ons hart doorrijden naar Novi Sad, waar we tegen kwart voor één aankomen. Een koud biertje, een warm bed. Morgen door naar Macedonië.