Lees alle essays

Dag 4: Велес (Veles) - Αθήνα (Athene)

In Nederland rijden we rechts, in Engeland links, maar in Athene rijdt men in de schaduw. En het is zoeken vandaag naar schaduw, want de zon schijnt uitbundig. Uit onverwachte hoeken en gaten schieten scooters alle richtingen op, zich links en rechts door gaatjes wurmend waar je vanachter het stuur het bestaan niet van vermoedde.

De afstandssensoren raken er aardig van in paniek. Over het navigatiescherm verschijnt om de haverklap een grote afbeelding van de contouren van de auto, waarop met felle kleurtjes knipperend wordt aangegeven waar en hoe ernstig de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. Veel geschreeuw om niks want we lopen nog geen schrammetje op, maar lastig is het wel want al die plaatjes en waarschuwingen die over het navigatiescherm heen komen benemen ons steeds het zicht op waar we nu naar toe wilden, waardoor we in het spinnenweb van eenrichtingsverkeer onze afslagen missen en hopeloos verdwalen. Fort Europa in het klein.

De 'lokatie delen'-functie van Whatsapp en Google maps brengen uitkomst. Op een parkeerplaats een paar kilometer van het Parlementsgebouw steken we de koppen bij elkaar om de plannen nog even door te spreken. Een aantal auto's is nog onderweg, maar we worden om 12 uur verwacht door Petros Constantinou, een Griekse politicus. Het idee is dat we naar het Parlementsgebouw rijden, waar een gehuurde WeGaanZeHalen bus al klaar staat. De bijrijder stapt uit, gewapend met de Engelstalig brief die eerder al aan Tsipras is gestuurd, en een Griekse brief van Petros met uitleg voor politieagenten met arrestatiedrang. De chauffeur rijdt door om de auto te parkeren, terug te lopen en zich aan te sluiten bij de groep. Die Tsipras-brief gaat symbolisch in een rode rolkoffer. Doel: zo veel mogelijk aandacht vragen voor de problemen van vluchtelingen, maar niet teveel overlast veroorzaken want de ME busjes staan al klaar. Kwestie van balans, koorddansen op het touw van het demonstratierecht.

Als we na een chaotische rit bij het Parlement aankomen blijken we niet alleen. We worden gesteund door vluchtelingen die van de actie hebben vernomen en zich op hun beurt gesteund voelen door onze komst. Rikko legt aan de toehoorders uit wie we zijn en waarom we hier naartoe zijn gereden, Petros onderstreept de noodzaak om dit samen op te lossen, en we zingen een die nacht door Karel Baracs geschreven lied op de melodie van 'Alle Menschen werden Brüder':

Come and stand up Europeans,
since our good old continent
sells away its fine tradition
of warm hearted tolerance.

Desperate people, locked up by numbers!
(That’s not what Europe must intend!).
We demand DIRECT PROCEDURES
for the thousands in the camps!

Come and stand up, Europeans,
for the sake of common sense!

Het lied vindt z'n weg naar de harten van de toehoorders, die het mee gaan zingen. En nog een keer, en nog een keer... Spontane samenzang, begeleid door een simpele melodica, dat werkt letterlijk en figuurlijk ontwapenend. De ME zet de helmen af en bergt de wapenstok op. Rikko en Johannes worden samen met Petros binnen genodigd om het verzoek aan Alexis Tsipras, de Griekse premier, bij het parlement aan te bieden.

Dat is meer dan we hadden gehoopt, en optimistisch gestemd gaan Asjen en ik op zoek naar het appartementje dat we hebben geboekt. Klein maar fijn, met een douche en zachte bedden, dat hebben we al even niet meer gehad... Na de twee uur slaap van vannacht lonkt het bed en als m'n hoofd het kussen raakt slaap ik.

Die avond is er een 'pot luck' maaltijd met vluchtelingen, op een parkeerplaats met uitzicht over de stad. 'Pot luck' wil zeggen dat iedereen iets meeneemt en dat deelt met ieder ander. Doordat er altijd mensen zijn die ietsje meer meenemen, kunnen ook de mensen die weinig hebben verzadigd worden. Maar hier zijn de verhoudingen té scheef. De meters door ons meegebracht voedsel zijn geen partij voor de honderdvijftig mensen die niets hebben, en dus ook niets kunnen meebrengen. We besluiten zelf niet te eten, zodat er meer is voor de anderen.

In de gesprekken wordt de realiteit van het vluchteling-zijn pijnlijk duidelijk. Wij hebben onze families achtergelaten voor een paar dagen en sluiten ze voor de jaarwisseling weer in onze armen, maar deze mensen missen hun geliefden soms al jaren, zonder uitzicht op hereniging. Wij reizen 2850 kilometer in onze comfortabele auto's om hen een hart onder de riem te steken en slapen vannacht warm en droog, zij komen uit tentenkampen op enkele tientallen kilometers afstand met de bus naar Athene, maar de laatste bus terug vertrekt voor de maaltijd is begonnen dus ze moeten terug lopen of slapen vannacht in de open lucht.

Deze mensen staan in de overlevingsmodus. De verhalen zijn intens, de misère overweldigend. Ieder grammetje vet of suiker is er één, dus wat bedacht was als een feest met muziek en gezelligheid wordt een snel aanvullen van de reserves, brandstof voor de nacht, en dan met een groot besef van urgentie over tot de kern van de zaak: wat kunnen we nu écht doen, duurzaam, iets wat niet morgen weer verbrand is maar je langer in leven houdt?

Zichtbaar geëmotioneerd onderstreept Rikko, geholpen door vertalers, dat we niets kunnen en mogen doen zonder toestemming van de overheid. Dat de bereidheid er is, dat we graag willen helpen en alles doen wat in onze macht ligt, maar dat we ze niet mee mogen smokkelen. Deze mensen, met de zool van de laars van de overheid op hun nek, ze snappen het wel. Met machthebbers moet je niet spotten. En tegelijk zegt één van hen: als ik op de overheid had gewacht, lag ik nu in een graf in Aleppo naast mijn broers. Nietsdoen is geen optie.

We nemen afscheid voor de nacht, vermoeid en verward; het is zo simpel, maar onze regels en systemen maken het zó complex. Het is kerstavond, morgen herinnert men elkaar wereldwijd aan hoe God niet ver weg bleef staan, maar Zijn Zoon zond om midden in onze bagger te komen staan en redding te brengen. Wij gaan de dag vullen met workshops, gesprekken, handen uit de mouwen, samen zoeken naar creatieve ideeën om deze impasse te doorbreken en te bouwen aan een menswaardig bestaan voor iedereen.