Lees alle essays

Dag 6: Athene - Veles

Het is nog vroeg op de Tweede Kerstdag als we de deur van het appartement achter ons dicht trekken. De zon neemt revanche op de druilerige Eerste Kerstdag en doet een dappere poging om Athene een mediterrane gloed te geven.

Een laatste blik op de Acropolis, en we sturen de auto richting het Noorden. Terug naar Nederland, deels langs de route die vluchtelingen nemen die niet tussen wal en schip willen vallen. Als je je laat registeren als asielzoeker in Griekenland en je vingerafdrukken daar laat afnemen, is dat volgens het Dublin-akkoord meteen je voorlopige eindbestemming. Je moet in het land waar je bent geregistreerd de procedure afwachten en mag ook niet verder reizen. Maar in Griekenland zit je klem want de procedures gaan tergend traag en Europa komt de gemaakte relocatie-afspraken niet na, zodat je jarenlang in erbarmelijke omstandigheden in een geïmproviseerd tentenkamp vast zit, zonder uitzicht op verbetering van je situatie. Veel asielzoekers kiezen er daarom voor zich niet in Griekenland te registreren maar zelfstandig over de Balkan naar het Noorden te reizen. Daarbij volgen ze de spoorlijn van Griekenland naar Macedonië, zodat ze niet verdwalen in de uitgestrekte bergen van het onherbergzame grensgebied.

Hun eerste stop in Macedonië is Гевгелија (Gevgelija), een dorpje met 15.000 inwoners net over de grens. We hebben daar afgesproken met M., een jonge vrouw met een groot hart. Ze heeft als Balkanoorlog-vluchteling 15 jaar in Utrecht gewoond, eerst illegaal en later als statushouder, en keerde een paar jaar geleden terug naar haar geboortedorp. Daar werd ze geconfronteerd met 15 verkleumde mannen, vrouwen en kinderen, die in haar schuurtje schuilden tegen de regen. Vluchtelingen helpen is in dit deel van Macedonië een ticket richting de gevangenis, maar in plaats van ze aan te geven of weg te kijken besloot ze te helpen. Van het een kwam het ander, en nu regelt ze kleding en schoeisel voor de mensen die uit handen van Europol (de Europese politie) wisten te blijven. De pechvogels die gesnapt zijn belanden in transit-kampen, waar ze wachten op uitzetting. Waarheen ze worden uitgezet is onduidelijk: de EU realiseert zich dat de situatie in Griekenland te erg is en stuurt op humanitaire gronden daar geen mensen naar terug. Misschien gaan ze naar Turkije, M. weet het niet. Ze probeert deze mensen een hart onder de riem te steken met regelmatige bezoekjes, en kleine attenties en lekkernijen voor de kinderen. De financiën blijken nijpend, de kas is op zes euro na leeg. Asjen maakt ter plekke een gift over uit het budget dat we van onze diaconie hebben meegekregen en bij het afscheid gaat nog even een rode baret rond. Als ik haar de baret gevuld met papiergeld teruggeef staan de tranen in haar ogen.

We reizen door naar Veles, waar we Lenče en haar man weerzien. Op de heenreis boden ze ons al onderdak in de moskee, en ook nu verwelkomen ze ons hartelijk. Ze wonen aan de spoorlijn, waar tussen 2014 en 2016 een miljoen ontheemden te voet langstrokken. Een gevaarlijke onderneming, want stukken van het spoor lopen door smalle rotskloven. In 2015 kwamen bij een tragisch ongeluk 14 mensen om het leven, die niet meer tijdig uit zo'n kloof konden ontsnappen en werden gegrepen door een trein.

Lenče's inspanningen voor vluchtelingen lijken sterk op die van M., maar zij en haar man genieten aanzien in Veles als een oude, gerespecteerde familie, en er wordt ze geen strobreed in de weg gelegd. Lenče kreeg in april van dit jaar zelfs de Mother Theresa Award, een Macedonische onderscheiding voor mensen die bijzondere humanitaire hulp bieden, genoemd naar de wereldberoemde non die in het nabijgelegen Skopje werd geboren. Waar M. haar werk deels onder de radar moet doen, kunnen Lenče en haar man, die een lokaal TV station runt, vrij opereren. Vluchtelingen die door de Macedonische politie worden aangetroffen, worden niet opgepakt maar naar hen doorverwezen voor hulp. In tegenstelling tot Europol (die in opdracht van de EU werkt) heeft de Macedonische politie geen behoefte de vluchtelingen terug te sturen. Nog niet zo lang geleden werd hun eigen regio ook verscheurd door oorlog, en daardoor kijkt men met andere ogen naar vluchtelingen.

Na een goede maaltijd in het restaurant van een bevriende hotelhouder rollen we de matjes uit op de Perzische tapijten in de moskee. Als iedereen een plekje heeft gevonden gaan de lichten uit: morgen een nieuwe dag.

Die morgen rijden Asjen en ik om half zeven weg. Er is sneeuw voorspeld in het Alpengebied, dus we gaan proberen vandaag zo ver mogelijk Noordelijk te komen om ruimte in het reisschema te creëren, zodat we eventuele vertragingen makkelijker kunnen opvangen.

Als we de grens met Servië passeren klopt een douanier op het raam. Na wat vorsende blikken knikt hij goedkeurend naar een collega die aan de andere kant van de auto staat. Ze lacht vriendelijk en vraagt of ze mee mag rijden. Asjen en ik kijken elkaar aan. Natuurlijk mag dat. We schuiven de 'We gaan ze halen' vlaggetjes en sjaals opzij en verwelkomen haar in de auto.